Uitspraak
200205079/1, kan een dergelijke weigering behoudens bijzondere omstandigheden niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Van bijzondere omstandigheden is onder meer sprake, indien er zeer klemmende, concrete gronden zijn voor het aannemen van een rechtsplicht tot gedogen. In het beroep van appellant op het motiveringsbeginsel en de beginselen van zorgvuldig overheidsbestuur en zorgvuldige belangenafweging, alsmede zijn mening over het ontbreken van adequate rechtsbescherming, kan geen bijzondere omstandigheid als vorenbedoeld worden gezien. Het betoog van appellant faalt derhalve.