Uitspraak
200410140/1, heeft de Afdeling het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en de besluiten van het college van 27 augustus 2001 en 29 juli 2003 vernietigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Eersel heeft in 1993 geweigerd een bouwvergunning en vrijstelling te verlenen voor het oprichten van een tuinbouwkas op een perceel met de bestemming 'Woondoeleinden'. Na diverse procedures en besluiten, waaronder vernietiging van eerdere besluiten door de Afdeling bestuursrechtspraak en herhaalde weigeringen, heeft de rechtbank in 2006 het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat het college ten onrechte het primaire besluit had herroepen en dat het college had moeten beoordelen of vrijstelling op grond van artikel 19 van Pro de WRO mogelijk was. De Raad van State oordeelt dat het college conform de Algemene wet bestuursrecht heeft gehandeld door het besluit te herroepen en te vervangen. Tevens is vastgesteld dat het college terecht geen vrijstelling op grond van artikel 18 van Pro de WRO heeft verleend, omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kas tijdelijk zou zijn.
De Raad van State bevestigt dat het college niet bevoegd was vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19 van Pro de WRO, omdat niet was voldaan aan de vereisten zoals een voorbereidingsbesluit of ontwerpbestemmingsplan ter inzage. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het college terecht de bouwvergunning en vrijstelling heeft geweigerd.