Uitspraak
200103898/1, heeft het Besluit Akkerbouw geen betrekking op de bij het agrarische bedrijf behorende gronden. Niet aannemelijk is gemaakt dat de aan het pand van [vergunninghouder] grenzende garage van appellant als onderdeel van diens bedrijf aangemerkt dient te worden. Nu gesteld, noch gebleken is dat daarvan uitgaande het bouwplan tot gevolg heeft dat appellant niet meer aan de in het Besluit Akkerbouw gestelde eisen kan voldoen, heeft de voorzieningenrechter terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de bedrijfsvoering van appellant door het bouwplan van [vergunninghouder] extra wordt belemmerd. Waar voorts van concrete plannen tot wijziging van de bedrijfsvoering niet is gebleken, heeft de voorzieningenrechter daarin bij de beoordeling van het onderhavige bouwplan terecht geen grond gezien voor een ander oordeel.