ECLI:NL:RVS:2007:BA5537
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens niet tijdige pardonregeling beoordeling
Appellant werd op 27 februari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De staatssecretaris hanteerde een vaste gedragslijn sinds 22 februari 2007 dat vreemdelingen die voldeden aan bepaalde voorwaarden niet in bewaring werden gesteld of niet langer werden vastgehouden. Deze voorwaarden betroffen onder meer een eerste asielaanvraag vóór 1 april 2001 en het ontbreken van contra-indicaties.
De staatssecretaris beoordeelde echter pas na de inbewaringstelling van appellant of hij onder de nog vast te stellen pardonregeling viel en hief de bewaring op met ingang van 8 maart 2007. Deze afwijking van de vaste gedragslijn werd niet gerechtvaardigd door bijzondere omstandigheden zoals een communicatiestoornis.
De Raad van State oordeelde dat de maatregel van bewaring van aanvang af onrechtmatig was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van appellant alsnog gegrond verklaard. Tevens werd schadevergoeding toegekend en werden proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van appellant was van aanvang af onrechtmatig en het hoger beroep werd gegrond verklaard met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.