ECLI:NL:RVS:2007:BA5558
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inbewaringstelling vreemdeling in het licht van het regeerakkoord en vaste gedragslijn
Appellante werd op 31 januari 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze inbewaringstelling ongegrond en wees haar verzoek om schadevergoeding af. Appellante stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de staatssecretaris zich gebonden acht aan het regeerakkoord van 7 februari 2007 en sinds 22 februari 2007 een vaste gedragslijn hanteert waarbij vreemdelingen die aan bepaalde voorwaarden voldoen niet langer in bewaring worden gehouden. De staatssecretaris heeft de inbewaringstelling van appellante op 8 maart 2007 opgeheven in overeenstemming met deze gedragslijn.
De Raad van State oordeelde dat het feit dat de bewaring werd opgeheven volgens de gedragslijn niet betekent dat de oorspronkelijke inbewaringstelling onrechtmatig was. De staatssecretaris hoefde de consequenties van het regeerakkoord niet vóór 22 februari 2007 te laten ingaan. Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak bevestigt het belang van de vaste gedragslijn en het regeerakkoord bij de beoordeling van inbewaringstellingen en benadrukt dat het opheffen van bewaring niet automatisch de onrechtmatigheid van de oorspronkelijke maatregel impliceert.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.