ECLI:NL:RVS:2007:BA5577
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inbewaringstelling vreemdeling in relatie tot generaal pardonregeling
Appellant werd na uitputting van zijn asielprocedure in Nederland op 30 oktober 2006 naar België gereisd, waar hij een asielaanvraag indiende. Op 7 maart 2007 werd hij door Belgische autoriteiten aan Nederland overgedragen en in vreemdelingenbewaring gesteld. Appellant stelde zich op het standpunt dat hij in aanmerking zou kunnen komen voor het generaal pardon, omdat hij een eerste asielaanvraag voor 1 april 2001 had ingediend en geen strafblad had.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris een vaste gedragslijn hanteert waarbij vreemdelingen die buiten Nederland verbleven, anders dan voor een kort bezoek, niet worden vrijgesteld van inbewaringstelling. Omdat appellant in België verbleef en dit verblijf zich niet beperkte tot een kort bezoek, was zijn inbewaringstelling niet in strijd met deze gedragslijn.
Verder stelde de Raad dat het vooruitzicht op het generaal pardon geen concrete grond biedt om af te zien van inbewaringstelling, omdat de criteria van de pardonregeling nog niet waren vastgesteld. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de inbewaringstelling van appellant en wijst het verzoek om schadevergoeding af.