ECLI:NL:RVS:2007:BA5590
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering verblijfsvergunning asiel op grond van traumatabeleid
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank ’s Gravenhage die het beroep van een vreemdeling tegen de weigering van een verblijfsvergunning asiel op grond van traumatabeleid gegrond had verklaard. De vreemdeling had Rwanda verlaten na traumatiserende gebeurtenissen en verbleef daarna ongeveer vijf jaar bij haar zuster in Oeganda.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister zich niet in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling het verband tussen de traumatiserende gebeurtenissen en haar vertrek uit Rwanda niet aannemelijk had gemaakt. De Raad van State stelt echter vast dat de vreemdeling niet heeft betwist dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich in Oeganda niet meer kon handhaven. Hierdoor is de rechtbank buiten de grenzen van het geschil getreden.
De Raad van State oordeelt dat op grond van de Vreemdelingencirculaire 2000 het verblijf van langer dan zes maanden in een derde land zonder aannemelijk te maken dat men zich daar niet kon handhaven, voldoende is om een beroep op het traumatabeleid af te wijzen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt alsnog ongegrond verklaard.
Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 mei 2007.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning asiel wordt bekrachtigd.