ECLI:NL:RVS:2007:BA6456
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning en vrijstelling bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende op 3 januari 2006 een bouwvergunning en vrijstelling voor het veranderen en vergroten van een woning. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze besluiten, dat deels werd toegewezen, maar de bouwvergunning bleef gehandhaafd. De voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van verzoekers ongegrond.
Verzoekers stelden dat het college ten onrechte vrijstelling had verleend op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), omdat het bouwplan een te grote oppervlakte betrof en leidde tot functiewijziging van het bestemmingsplan. Tevens werd aangevoerd dat het bouwplan zou leiden tot vermindering van lichtinval, uitzicht en aantasting van privacy.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet geschikt was om de geschilpunten over de omvang van de vrijstelling en de beoordeling van het bouwplan te beslechten; deze punten horen thuis in de bodemprocedure. De voorlopige toetsing wees uit dat het bouwplan slechts geringe inbreuk maakt op het bestemmingsplan, de ruimtelijke onderbouwing toereikend is en er geen ernstige aantasting van privacy of uitzicht is. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 30 mei 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning en vrijstelling wordt afgewezen.