Uitspraak
200303721/1. De rechtbank heeft voorts terecht overwogen dat die gebruiksvrijstelling niet is vereist teneinde bouwvergunning voor de puinbreekinstallatie te verlenen.
200205043/1.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal verleende op 24 april 2001 vrijstelling en bouwvergunning voor het plaatsen van een mobiele puinbreekinstallatie op een perceel bestemd voor bedrijfsactiviteiten volgens het bestemmingsplan Industrieterrein Leeuwen 2e fase.
Appellante stelde dat deze vrijstelling onterecht was verleend omdat de vrijstellingsmogelijkheid volgens haar alleen betrekking heeft op het toelaten van bedrijfsactiviteiten en niet op het verlenen van een bouwvergunning voor een bouwwerk dat in strijd is met de bestemming. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel.
De Raad van State overwoog dat de vrijstelling op grond van artikel 8, vierde lid, aanhef en onder a, van de planvoorschriften ook ziet op het oprichten van bebouwing ten behoeve van andere doeleinden dan in het eerste lid omschreven. Verder is niet vereist dat de vrijstelling een voorwaarde bevat voor het voorkomen van ingrijpende wijziging van de bestemming. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de bedrijfsactiviteit meer hinder veroorzaakt dan de toegestane activiteiten. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.