Uitspraak
200305777/1(AB 2004, 250), bij de vaststelling van de omvang van het bouwperceel de actuele situatie bepalend is, waarbij in beginsel moet worden uitgegaan van kadastrale percelen. De rechtbank heeft voorts terecht overwogen dat in de in het bestemmingsplan opgenomen definitie van het begrip "bouwperceel", gesproken wordt van een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een "functioneel zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing" is toegelaten. Ter zitting van de Afdeling is bovendien gebleken dat voor de bouw van het huizenblok waar de woning [locatie] deel van uitmaakt, vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening is verleend op basis van een conceptuitwerkingsplan, dat in de huidige verkaveling van de percelen voorzag. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het perceel [locatie] als bouwperceel moet worden aangemerkt en niet het gehele op de plankaart door de bouwgrens omsloten stuk grond dat een volledig huizenblok omvat.