Uitspraak
200502219/1, gedeeltelijk vernietigd.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht stelde op 4 juli 2006 het uitwerkingsplan Langerak 2 vast en verleende goedkeuring aan een plandeel met bestemming "Maatschappelijke doeleinden". Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit vanwege de mogelijke toename van ernstige verkeer- en parkeeroverlast en de fysieke onmogelijkheid van een derde bouwlaag.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het overgangsrecht van toepassing was en dat de toetsing moest plaatsvinden aan de hand van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling stelde vast dat de gemeente eigenaar is van het voorzieningencluster, maar dat dit geen garantie biedt dat de ruimere gebruiksmogelijkheden niet leiden tot verdere verslechtering van de verkeerssituatie.
Het deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak wees op bestaande verkeersproblemen en beperkte effectiviteit van eerder genomen maatregelen. Verweerder had onvoldoende onderbouwd dat de extra parkeerplaatsen en verkeersborden de problemen zouden oplossen. De Afdeling concludeerde dat het besluit niet voldeed aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening en vernietigde het besluit.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit en onthield goedkeuring aan het plandeel met de bestemming "Maatschappelijke doeleinden" voor de betreffende gronden.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het uitwerkingsplan Langerak 2 is vernietigd wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening.