ECLI:NL:RVS:2007:BA6592
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet ontvankelijk wegens ontbreken wettelijk vertegenwoordiger minderjarige vreemdeling
De zaak betreft een minderjarige vreemdeling die tegen een afwijzing van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd hoger beroep instelde. Omdat de vreemdeling gezien haar leeftijd niet bekwaam is om in rechte te staan en het hoger-beroepschrift geen aanwijzing bevatte dat een wettelijk vertegenwoordiger gemachtigd was, werd appellant verzocht de vertegenwoordiging aan te tonen.
Appellant overhandigde documenten waaruit bleek dat de vreemdeling was erkend door een betrokkene, maar kon niet aantonen dat deze betrokkene ook wettelijk vertegenwoordiger was. De moeder was vertrokken en er was geen vermelding in het gezagsregister. De Afdeling concludeerde dat het hoger beroep zonder wettelijk vertegenwoordiger was ingediend.
Het hoger beroep werd daarom kennelijk niet ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 24 mei 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minderjarige vreemdeling wordt niet ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een wettelijk vertegenwoordiger.