Uitspraak
200201191/1. De stelling dat de fietsen niet ter plaatse maar elders aan klanten worden geleverd, kan eveneens niet leiden tot een ander oordeel.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard legde appellant een last onder dwangsom op om de verkoop van fietsen op een perceel te beëindigen, omdat deze activiteit in strijd was met het bestemmingsplan "Schaapsloop I" dat de bestemming "Bedrijfsdoeleinden B" voorschrijft. Appellant voerde aan dat het besluit onbevoegd was genomen en dat de verkoop als nevenactiviteit onder de bedrijfsactiviteiten viel.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was omdat mandaatverlening aan het Hoofd Beheer Grondgebied voor handhavingsactiviteiten was verleend. Verder werd vastgesteld dat de verkoop van fietsen niet als ondergeschikte nevenactiviteit kon worden beschouwd, mede gezien de ruimtelijke uitstraling en de showroomfunctie. Het college had terecht geen vrijstelling verleend en kon handhavend optreden.
De Raad verwierp ook het bezwaar tegen de hoogte van de dwangsom en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.