Uitspraak
200502051/1, komen de vragen of voor de uitvoering van het bouwplan ontheffingen nodig zijn op grond van de Flora- en faunawet, en zo ja, of deze ontheffingen kunnen worden verleend, aan de orde in een eventueel te voeren procedure op grond van de Flora- en faunawet. Dat doet er niet aan af dat het college geen vrijstelling voor het plan had kunnen verlenen indien en voor zover het op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Flora- en faunawet aan de uitvoerbaarheid van het bouwplan in de weg staat. Nu op het perceel beplanting noch water aanwezig is, heeft de voorzieningenrechter terecht niet aannemelijk geacht dat zich daar beschermde diersoorten ophouden. Gelet hierop, bestaat geen grond voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de Flora- en Faunawet aan de uitvoerbaarheid van het bouwplan in de weg staat. De omstandigheid dat een aantal beschermde diersoorten elders in en nabij de dorpskern is aangetroffen, is onvoldoende voor een ander oordeel. Voor een nader onderzoek als door appellanten gewenst, bestond, in het kader van deze procedure, geen aanleiding.
200600303/1, heeft de brochure een indicatief en globaal karakter en dient deze als hulpmiddel bij het ontwerpen van een bestemmingsplan. Een afwijking van de daarin vermelde afstanden dient te worden gemotiveerd.
200508690/1, overwogen dat het college eerst en vooral te beslissen heeft omtrent het bouwplan zoals dat bij hem is ingediend. Indien dit plan op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. De voorzieningenrechter heeft terecht geoordeeld dat die situatie zich hier niet voor doet. Niet valt in te zien, zoals appellanten betogen, dat de overweging van de voorzieningenrechter innerlijk tegenstrijdig is.