ECLI:NL:RVS:2007:BA8104
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- M.W.L. Simons-Vinckx
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning lozing afvalwater vanwege onvoldoende motivering en beoordelingsfouten
Bij besluit van 22 juni 2006 verleende het waterschap Vallei en Eem aan appellante een vergunning voor het lozen van afvalwater op de rioolwaterzuiveringsinstallatie Ede. De vergunning bevatte voorschriften omtrent maximale concentraties van N-totaal en fosfaat in het afvalwater. Appellante stelde beroep in tegen deze vergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het waterschap onvoldoende onderzoek had verricht naar de economische haalbaarheid van het toevoegen van een extra koolstofbron als beste beschikbare techniek voor het terugdringen van N-totaal. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering en was het besluit in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Voor de fosfaatconcentraties was het standpunt van het waterschap wel redelijk en niet bestreden.
Daarnaast werden de voorschriften over het saneringsplan (voorschriften 5.1 en 5.2) onvoldoende gemotiveerd. Het beroep werd daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de N-totaal grenswaarden en de saneringsplanvoorschriften betreft. Het waterschap kreeg de opdracht binnen 13 weken een nieuw besluit te nemen. Het griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor de N-totaal grenswaarden en saneringsplanvoorschriften.