ECLI:NL:RVS:2007:BA8118
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- S.F.M. Wortmann
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bouwvergunningen eerste fase voor appartementengebouwen niet-ontvankelijk verklaard
Bij afzonderlijke besluiten van 13 oktober 2005 verleende het college bouwvergunningen eerste fase aan de vergunninghoudster voor het oprichten van twee appartementengebouwen. Deze vergunningen werden herroepen op 18 april 2006 vanwege strijd met het bestemmingsplan, waarna op 27 april 2006 gewijzigde bouwvergunningen werden verleend op basis van nieuwe aanvragen.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond en schorste de oorspronkelijke vergunningen. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld door de vergunninghoudster en het college.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de gewijzigde besluiten van 27 april 2006 primaire besluiten zijn waarvoor geen beroep openstaat. Het beroepschrift had daarom als bezwaarschrift bij het college moeten worden ingediend. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroepschrift doorgezonden aan het college ter behandeling als bezwaarschrift.
Daarnaast wordt geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte griffierecht heeft geheven en gelast dat dit wordt terugbetaald aan de vergunninghoudster. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de gewijzigde bouwvergunningen eerste fase wordt niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht wordt terugbetaald.