Uitspraak
200301250/1volgt dat een uitbreiding van een bedrijf dat voorkomt in de categorieën 1,2 of 3 van de Staat van Inrichtingen onder dezelfde categorie dient te worden geschaard, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat in dit geval het bedrijf dat wordt uitgebreid niet is vermeld in de Staat van Inrichtingen. Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Het betoog van appellanten slaagt derhalve.