ECLI:NL:RVS:2007:BA8162
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- F.P. Zwart
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning en ontheffing gemeentelijke bouwverordening Harlingen
Het college van burgemeester en wethouders van Harlingen verleende op 27 oktober 2005 bouwvergunningen en vrijstellingen voor het oprichten van woningen en appartementen op het perceel Zuiderhaven, locatie Welgelegen te Harlingen. Appellanten sub 1 en sub 2 maakten bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellanten sub 1 gegrond voor plandeel C en vernietigde de beslissing op bezwaar.
Het college handhaafde de bouwvergunning en verleende ontheffing van de gemeentelijke bouwverordening voor plandeel C. Appellanten sub 2 maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door de Afdeling bestuursrechtspraak werd behandeld. De Afdeling oordeelde dat het besluit van 24 augustus 2006 een nieuwe beslissing op bezwaar is, maar dat het college het bezwaar van appellante sub 2 niet correct had doorgezonden, waardoor het besluit van 4 december 2006 vernietigd werd.
De Afdeling verklaarde het beroep van appellante sub 2 niet-ontvankelijk omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen de oorspronkelijke bouwvergunning. Verder oordeelde de Afdeling dat het college de vrijstellingen voor bouwhoogte en bouwklasse terecht had verleend en dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwverordening, behalve voor de overschrijding van de voorgevelrooilijn waarvoor ontheffing was verleend.
De Afdeling stelde vast dat het college de overschrijding van de voorgevelrooilijn redelijk had toegestaan vanwege verbetering van het straatbeeld en dat het bouwplan voldeed aan het provinciale beleid. Wel werd geoordeeld dat het besluit van 24 augustus 2006 onvoldoende was gemotiveerd met betrekking tot de welstandseisen, waardoor dit besluit werd vernietigd. Het beroep van appellanten sub 1 werd gegrond verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellanten sub 1 wordt gegrond verklaard en het besluit van 24 augustus 2006 vernietigd; het beroep van appellante sub 2 wordt niet-ontvankelijk verklaard.