Uitspraak
200606031/1, wordt overwogen dat de door gedeputeerde staten van Noord-Holland in overeenstemming met de inspecteur vastgestelde lijst met categorieën van gevallen waarvoor met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO vrijstelling kan worden verleend, ten tijde van de beslissing op bezwaar niet op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt. Hieruit volgt dat het college niet bevoegd was om met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO vrijstellingen te verlenen voor het aanbrengen van de steigers. De rechtbank heeft dat niet onderkend.