ECLI:NL:RVS:2007:BA8909
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig overleggen aangevallen uitspraak in vreemdelingenzaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s Gravenhage waarin zijn beroepen tegen intrekking van een verblijfsvergunning en ongewenverklaring ongegrond werden verklaard. Volgens artikel 6:5, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet bij het indienen van een hoger-beroepschrift een afschrift van de aangevallen uitspraak worden overgelegd. Dit voorschrift is ook van toepassing op vreemdelingenzaken volgens artikel 85, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
Appellant diende het hoger-beroepschrift per fax in op de laatste dag van de termijn, maar zonder het vereiste afschrift. Pas een week later werd het originele faxbericht met het afschrift per post toegezonden. Omdat de datum van terpostbezorging niet kon worden vastgesteld en het afschrift niet tijdig was overgelegd, oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was. De Afdeling maakte geen belangenafweging omdat de wet dit niet toestaat.
Appellant voerde nog aan dat bijzondere omstandigheden in de zin van het arrest Bahaddar (EHRM 1998) een uitzondering rechtvaardigen, maar dit werd verworpen. Er was geen noodzaak om de procedureregels niet toe te passen. De Afdeling wees het hoger beroep af en veroordeelde appellant niet tot proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig overleggen van de aangevallen uitspraak.