ECLI:NL:RVS:2007:BA9118
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling medische beoordeling en mvv-procedure bij vreemdeling in hoger beroep
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd gegrond had verklaard. De kern van het geschil was of de minister voldoende had onderzocht of de vreemdeling, gelet op zijn medische toestand, in staat was om de behandeling van een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in zijn land van herkomst af te wachten.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het Bureau Medische Advisering (BMA) in zijn advies van 27 september 2005 de medische situatie van de vreemdeling heeft beoordeeld, waarbij ook impliciet is ingegaan op de vraag of de vreemdeling de mvv-procedure in het land van herkomst kan afwachten. De minister heeft dit advies mede ten grondslag gelegd aan het bestreden besluit.
De rechtbank had geoordeeld dat niet was gebleken dat de minister deze beoordeling had gemaakt, maar de Afdeling oordeelt dat die conclusie onjuist is. De Afdeling overweegt verder dat de minister een ruime beoordelingsmarge heeft bij toepassing van de hardheidsclausule en dat geen onredelijkheid is gebleken in het standpunt van de minister om deze clausule niet toe te passen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.