ECLI:NL:RVS:2007:BA9122
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging termijn voor indienen zienswijze bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 19 oktober 2006 om 14:00 uur werd hem het voornemen tot afwijzing van deze aanvraag uitgereikt terwijl hij in vreemdelingenbewaring verbleef. Volgens artikel 3.116 van het Vreemdelingenbesluit 2000 begint de termijn voor het indienen van een zienswijze direct na uitreiking van het voornemen en bedraagt deze twee weken.
De rechtbank oordeelde dat de termijn voor het indienen van de zienswijze op 2 november 2006 om 14:00 uur eindigde, en dat de minister het besluit op die dag na afloop van de termijn bekendmaakte, waardoor geen sprake was van voortijdige besluitvorming. Appellant stelde dat de termijn de hele dag openstond en dat het besluit voortijdig was genomen.
De Raad van State overwoog dat de uitleg van appellant de door de wetgever beoogde afwijking ten opzichte van artikel 3.115 van het Vreemdelingenbesluit 2000 zou ondermijnen en daarom niet kon worden aanvaard. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.