ECLI:NL:RVS:2007:BA9152
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- R.C.S. Bakker
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting overdrachtstermijn Dublin-verordening in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie heeft bij besluit van 20 maart 2007 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s Gravenhage heeft op 11 mei 2007 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De staatssecretaris heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening die de opschortende werking van het hoger beroep bewerkstelligt, zodat de overdrachtstermijn van de vreemdeling aan Griekenland, zoals bepaald in artikel 19 van Pro de Dublin-verordening, wordt opgeschort.
De Raad van State overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening toewijsbaar is omdat zonder opschorting het hoger beroep illusoir zou zijn. De termijn voor overdracht eindigt op 21 juli 2007, terwijl de uitspraak in hoger beroep naar verwachting later zal volgen. De Raad volgt het betoog van de staatssecretaris dat artikel 19 van Pro de Verordening niet uitsluit dat het hoger beroep opschortende werking heeft, mede gelet op artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt daarom bij wijze van voorlopige voorziening dat aan het hoger beroep opschortende werking wordt verleend totdat op het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De Raad van State verleent opschortende werking aan het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de overdrachtstermijn onder de Dublin-verordening.