Uitspraak
200409312/1vernietigd.
Raad van State
Verweerder heeft op 26 september 2006 een vergunning verleend en deels geweigerd voor een smederij en ambachtencentrum. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 7 juni 2007 behandeld en de beroepen ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelde dat het besluit rechtmatig was, onder meer omdat de vergunninghouder terecht een revisievergunning kon aanvragen en de beoordeling van de emissies en geluidhinder zorgvuldig was uitgevoerd. De Afdeling verwierp de stellingen van appellanten over onjuiste toepassing van emissienormen, onvoldoende onderzoek naar luchtkwaliteit en geluidsoverlast.
Ook werd geoordeeld dat de openingstijden tot middernacht redelijk waren en dat aanvullende voorschriften voor het gebruik van cokes niet noodzakelijk waren. De Afdeling vond dat de vergunning voldoende bescherming bood tegen milieuhinder en dat de beoordelingsvrijheid van verweerder niet onredelijk was overschreden.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot gedeeltelijke vergunningverlening zijn ongegrond verklaard.