Uitspraak
200406818/1, dat uit het bepaalde in artikel 27, eerste en derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud), moet worden afgeleid dat de hoorzitting dient ter mondelinge toelichting van de reeds bij verweerder kenbaar gemaakte schriftelijke bedenkingen tegen het ontwerp-plan. Op de hoorzitting kunnen derhalve geen nieuwe bedenkingen naar voren worden gebracht.