ECLI:NL:RVS:2007:BA9468
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak over hoorzitting zonder gemachtigde bij ongewenstverklaring vreemdeling
De zaak betreft een hoger beroep van de Staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, waarin het besluit van 2 oktober 2006 tot ongegrondverklaring van bezwaar tegen een ongewenstverklaring van de vreemdeling werd vernietigd. De rechtbank oordeelde dat de hoorzitting had moeten worden uitgesteld vanwege de afwezigheid van de gemachtigde van de vreemdeling.
De Raad van State overweegt dat artikel 7:2, gelezen in samenhang met artikel 2:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), niet vereist dat een hoorzitting wordt uitgesteld bij verhindering van de gemachtigde, zeker omdat de vreemdeling tijdens de hoorzitting geen bezwaar maakte tegen het ontbreken van zijn gemachtigde.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor nieuwe behandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.