Uitspraak
200601683/1 en 200601683/2heeft de Afdeling, voor zover thans van belang, het door het college daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en die uitspraak bevestigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe heeft in een besluit van 28 juli 2004 geweigerd een bouwvergunning te verlenen voor de verbouwing van een pand en tevens geweigerd handhavend op te treden tegen de reeds uitgevoerde verbouwing. Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures oordeelde de rechtbank Arnhem op 27 april 2007 dat het college een nieuw besluit moet nemen op de bezwaren van wederpartijen.
Het college verzocht bij de Raad van State om een voorlopige voorziening in afwachting van het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Tijdens de zitting op 5 juli 2007 werden partijen gehoord, waaronder het college, wederpartijen en de vergunninghouder.
De Voorzitter concludeerde dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat de uitspraak van de rechtbank niet bevestigd zal worden. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van wederpartijen, waaronder kosten voor rechtsbijstand.
Het college dient binnen korte termijn opnieuw te beslissen op de bezwaren van wederpartijen, rekening houdend met de overwegingen van de rechtbank. Dit besluit kan worden betrokken bij de behandeling van het hoger beroep in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.