Uitspraak
200604066/1.
Raad van State
De Nederlandse Stichting Geluidshinder stelde beroep in tegen het besluit van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer om subsidie toe te kennen voor het programma "Geluiden uit de samenleving 2006-2008". De subsidie werd aanvankelijk vastgesteld op maximaal €300.000,00 en later verhoogd met €100.000,00 na bezwaar.
Appellante betoogde dat haar voorstel om via regionale steunpunten in te spelen op beleidsontwikkelingen onvoldoende werd meegewogen, waardoor een onterechte vermindering van de subsidie ontstond. De Staatssecretaris stelde dat aanvragen op de sluitingsdatum van de tender volledig moeten zijn en dat na die datum geen aanvullende informatie meer in behandeling wordt genomen om gelijke behandeling te waarborgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Staatssecretaris terecht geen rekening hield met aanvullende informatie na de tenderperiode en dat de beoordeling van het werkprogramma zorgvuldig en redelijk was. De geleidelijk verminderde subsidieverlening werd als passend gezien, mede gezien de jarenlange subsidierelatie en de mogelijkheid voor appellante om een nieuwe aanvraag in te dienen voor de periode 2009-2011.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het subsidiebesluit is ongegrond verklaard en de subsidieverlening is bevestigd.