ECLI:NL:RVS:2007:BA9842
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuringsbesluit bestemmingsplan Oud-West wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Het geschil betreft het besluit van 25 april 2006 van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland tot goedkeuring van het bestemmingsplan Oud-West, vastgesteld door de stadsdeelraad van Amsterdam. Diverse appellanten, waaronder bewoners en een bewonersvereniging, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep behandeld en overwogen dat het plan overwegend conserverend is en dat het college de beoordelingsmarges niet onjuist heeft toegepast, met uitzondering van enkele onderdelen. Zo is vastgesteld dat de motivering van artikel 9, tweede lid, sub a, van de planvoorschriften onvoldoende is, en dat de wijzigingsbevoegdheid voor het oprichten van een hotel op een deel van het perceel Overtoom 13-17 niet deugdelijk is gemotiveerd. Tevens is geoordeeld dat de bestemming van het perceel Overtoom 268-270 niet zorgvuldig is voorbereid, omdat bestaand gebruik ten onrechte is weggelaten.
Verder zijn diverse bezwaren over luchtkwaliteit, bomenbescherming, en het hotelbeleid behandeld. De Afdeling oordeelt dat het luchtkwaliteitsaspect ambtshalve is meegenomen en dat de bescherming van bomen adequaat via de kapverordening is geregeld. Het hotelbeleid is in redelijkheid toegepast, waarbij onderscheid is gemaakt tussen woongebieden en economische assen. De Afdeling verklaart de beroepen deels gegrond en vernietigt het besluit voor genoemde onderdelen, terwijl overige beroepen ongegrond worden verklaard. Tevens wordt het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan Oud-West wordt gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en onjuiste planologische beoordeling.