ECLI:NL:RVS:2007:BA9903
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs directe facilitering misdrijf
Appellant maakte tussen mei en juli 1992 deel uit van de Territoriale Verdediging (TO) in Bosnië en Herzegovina, met een ondersteunende rol bij de verdediging van een olieraffinaderij. De minister stelde dat appellant misdrijven zoals mishandeling en deportatie van Servische burgers direct faciliteerde door nalaten op te treden tegen deze misdrijven.
De Raad van State beoordeelde of appellant persoonlijk en bewust had deelgenomen aan deze misdrijven, zoals vereist onder artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Uit verklaringen bleek dat appellant geen leidinggevende positie had en niet effectief invloed kon uitoefenen op de speciale teams die de misdrijven pleegden. Ook het nalaten om de tweede man van de TO aan te spreken werd niet als een wezenlijke bijdrage aan de misdrijven aangemerkt.
De Raad concludeerde dat het standpunt van de minister onvoldoende gemotiveerd was en vernietigde het besluit van 14 december 2005. Tevens werden de beroepen van appellant en appellante gegrond verklaard en de proceskosten aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: Het besluit van 14 december 2005 wordt vernietigd omdat appellant niet aannemelijk direct heeft gefaciliteerd bij misdrijven.