Uitspraak
200409681/1, volgt dat voor de beantwoording van de voornoemde vraag dient te worden uitgegaan van de verandering ten opzichte van de onderliggende voor de inrichting geldende vergunning(en).
Raad van State
Bij besluit van 4 september 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders van Someren een revisievergunning voor een varkens- en rundveehouderij en hondenfokkerij op een perceel te Someren. Appellanten stelden dat het besluit in strijd was met de Habitatrichtlijn vanwege een toename van ammoniakemissie die negatieve gevolgen zou hebben voor het nabijgelegen natuurgebied "Weerterbos".
De Raad oordeelde dat de ammoniakrechten ten onrechte te hoog waren vastgesteld, mede omdat de bijdrage van honden aan de ammoniakemissie was genegeerd. Tevens ontbrak een deugdelijk onderzoek naar de relevante habitattypen, achtergronddepositie en instandhoudingsdoelstellingen, waardoor het besluit onvoldoende was gemotiveerd volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Daarnaast stelde de Raad vast dat de geluidgrenswaarden voor de hondenfokkerij onvoldoende waren onderbouwd, met name door het niet meenemen van extra blaftijd bij afwijkende situaties en het ontbreken van beperkingen op hondenrassen die meer geluid produceren. Hierdoor kon niet worden gegarandeerd dat geluidshinder voldoende werd beperkt.
De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende milieutoets en onvoldoende onderbouwing van geluidshinder.