ECLI:NL:RVS:2007:BB1197
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-toerekenbaarheid late indiening contra-expertise in vreemdelingenzaak
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de in beroep overgelegde contra-expertise betrok in haar beoordeling.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de contra-expertise heeft betrokken, omdat de late indiening daarvan aan de vreemdeling is toe te rekenen. De vreemdeling was reeds bij het voornemen van het rapport van de taalanalyse op de hoogte en de kosten van de contra-expertise zijn voor zijn rekening. Ook het feit dat de gemachtigde pas in beroep op de hoogte was van de werkzaamheden van de Taalstudio is aan de vreemdeling toe te rekenen.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het betoog over onvoldoende motivering van het besluit faalt omdat de vreemdeling over het volledige dossier beschikte tijdens de beroepsfase. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.