ECLI:NL:RVS:2007:BB1201
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting
Appellant verbleef vijftien dagen in vreemdelingenbewaring zonder dat er handelingen ter fine van uitzetting waren verricht door de vreemdelingenpolitie of de Dienst Terugkeer en Vertrek. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarendheid betrachtte, maar dit oordeel werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd.
De Afdeling stelde vast dat er geen bijzondere omstandigheden waren die het uitblijven van uitzettingshandelingen konden rechtvaardigen en dat de staatssecretaris erkende dat nog geen concrete uitzettingshandelingen waren verricht. Hoewel de staatssecretaris zich op uitzetting naar Bangladesh zou richten, deed dit gezien de datum van het taalanalyserapport uit 2005 niet af aan het gebrek aan voortvarendheid.
De zaak werd naar de rechtbank terugverwezen voor verdere behandeling en beslissing, waarbij ook de proceskosten werden vastgesteld. De Afdeling benadrukte het belang van voortvarendheid bij vreemdelingenbewaring en uitzetting om onnodige detentie te voorkomen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting en de zaak wordt terugverwezen.