ECLI:NL:RVS:2007:BB1451
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- P.A. Offers
- S.J.E. Horstink von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van tijdigheid en rechtmatigheid van vreemdelingenbewaring en heropening onderzoek
Appellant was in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 23 mei 2007. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld bij de rechtbank 's Gravenhage, die op 26 juni 2007 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De kern van het geschil betrof de vraag of de rechtbank de in artikel 94 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 gestelde termijnen voor het sluiten van het onderzoek en het doen van uitspraak had overschreden, en daarmee artikel 5, vierde lid, van het EVRM had geschonden. Appellant stelde dat de rechtbank onnodig lang had gewacht met het sluiten van het onderzoek na ontvangst van nadere inlichtingen van de staatssecretaris.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank het beroep binnen de wettelijke termijnen had behandeld, het onderzoek had heropend op verzoek van appellant en nadere inlichtingen had ingewonnen. De uitspraak was binnen de wettelijk voorgeschreven termijn gedaan. Gelet op jurisprudentie van het EHRM was er geen grond om te oordelen dat de rechtbank in strijd met het EVRM had gehandeld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.