ECLI:NL:RVS:2007:BB1458
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenbewaring en uitzetting
De vreemdeling verbleef op 20 juni 2007 zonder rechtmatig verblijf in Nederland en moest het land verlaten. Bij gebreke daarvan werd hij in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage had het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond verklaard en de maatregel opgeheven.
De staatssecretaris van Justitie ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat volgens artikel 94, vierde lid, gelezen in verbinding met artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, de wijze en omstandigheden van uitzetting niet aan rechterlijke toetsing van de bewaring onderhevig zijn. Dat de uitzetting naar Frankrijk een latere uitzetting naar het land van herkomst Bosnië kan vertragen, doet hieraan niet af.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.