ECLI:NL:RVS:2007:BB1501

Raad van State

Datum uitspraak
3 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200704580/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
  • R.C.S. Bakker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening in hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenbewaring

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in het kader van een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage over vreemdelingenbewaring. De vreemdeling was op 16 juni 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank heeft op 2 juli 2007 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.

De staatssecretaris van Justitie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek hield in dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep geen gevolg hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank.

Hoewel de voortduring van de bewaring ingrijpend is voor de vreemdeling en diens belangen zwaar wegen, oordeelde de Voorzitter dat de belangen die worden gediend door voortzetting van de bewaring in deze zaak zwaarder wegen. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de staatssecretaris niet verplicht is om de uitspraak van de rechtbank uit te voeren voordat het hoger beroep is beslist.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 3 juli 2007 in het openbaar uitgesproken door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De Voorzitter wijst de voorlopige voorziening toe waardoor de staatssecretaris geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 juli 2007
RAAD VAN STATE
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de Staatssecretaris van Justitie,
verzoeker,
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 07/24902 van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 2 juli 2007 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
verzoeker.
1. Procesverloop
Bij besluit van 16 juni 2007 is [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 2 juli 2007, verzonden op 3 juli 2007, heeft de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker (hierna: de staatssecretaris) bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 3 juli 2007, hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de staatssecretaris de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
2. Overwegingen
2.1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep aan de aldus bestreden uitspraak geen gevolg hoeft te geven. Indien het verzoek niet wordt toegewezen, is de staatssecretaris gehouden dat wel te doen en een besluit te nemen waarvan de gevolgen slechts bezwaarlijk zijn te redresseren. Hoewel de voortduring van de bewaring voor de vreemdeling ingrijpend is en diens belangen bij de opheffing ervan zwaar wegen, dient in het onderhavige geval aan de belangen die worden gediend door die voortduring een grotere betekenis te worden toegekend. De Voorzitter ziet hierin aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de Staatssecretaris van Justitie geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.C.S. Bakker, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink
Voorzitter
w.g. Bakker
ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2007
393.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,
mr. H.H.C. Visser,
directeur Bestuursrechtspraak