ECLI:NL:RVS:2007:BB2109
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over spoedige beslissing in vreemdelingenbewaring
Appellant was op 22 mei 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en deze bewaring werd op 18 juni 2007 opgeheven. Tegen de beslissing van de rechtbank ’s Gravenhage van 10 juli 2007, waarin het beroep van appellant tegen de inbewaringstelling ongegrond werd verklaard, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant klaagde dat de rechtbank niet spoedig genoeg had beslist over het beroep, in strijd met artikel 5, vierde lid, EVRM. De Raad van State overwoog dat de rechtbank het beroep binnen de wettelijke termijnen heeft behandeld en dat de procedure, inclusief het heropenen van het onderzoek en het overleggen van proces-verbalen, zorgvuldig en tijdig is verlopen.
Gelet op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaken Fox, Campbell en Hartley, was er geen aanleiding om te onderzoeken of de beslissing na 18 juni 2007 spoedig was. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.