ECLI:NL:RVS:2007:BB2156
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.W. Mouton
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bouwvergunning en vrijstelling bedrijfswoning Oldebroek
Het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek verleende op 11 juli 2006 een vrijstelling en bouwvergunning voor het wijzigen van een bedrijfswoning in een bedrijfsgebouw en het bouwen van een nieuwe vervangende bedrijfswoning op een perceel in Oldebroek. Tegen dit besluit maakten wederpartijen bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit.
Het college en appellant sub 2 stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat het college bevoegd was om vrijstelling te verlenen op grond van categorie 12 van de lijst van gedeputeerde staten. Deze categorie ziet op het vernieuwen of uitbreiden van bestaande woningen, terwijl hier sprake was van het onttrekken van de woonfunctie aan de bestaande woning en het bouwen van een nieuwe woning elders op het perceel.
Voorts stelde de Raad van State vast dat de voorzieningenrechter onterecht zelf in de zaak had voorzien door het bezwaar gegrond te verklaren en het besluit te herroepen, terwijl de bevoegdheid voor vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, WRO bij de gemeenteraad ligt. De zaak werd vernietigd voor zover toepassing werd gegeven aan artikel 8:72, vierde lid, Awb, en het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het betaalde griffierecht werd terugbetaald.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover deze zelf in de zaak heeft voorzien en draagt het college op een nieuw besluit te nemen.