Uitspraak
200507906/1, wordt ingevolge de artikelen 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) een bij de rechtbank tegen een besluit ingesteld beroep geacht mede te zijn gericht tegen een daarna genomen nieuw besluit op bezwaar. Nu ten tijde van het nemen van het besluit van 7 februari 2007 het hoger beroep van [vergunninghouder] tegen voormelde uitspraak van de rechtbank aanhangig was, wordt het beroep van [appellant] tegen het besluit van 7 februari 2007 geacht mede onderwerp te zijn geworden van het geding in hoger beroep. Zoals de Afdeling eveneens eerder heeft overwogen, onder meer in de uitspraak van 19 juli 2006 in zaak no.
200505837/1(JB 2006, 256 en NJB 2006, 1353) kan door de intrekking van het hoger beroep niet worden bewerkstelligd dat een aldus ontstaan beroep van [appellant] tegen een nieuw besluit teniet wordt gedaan. Als gevolg van de intrekking door [vergunninghouder] van het door hem ingestelde hoger beroep is het geding thans beperkt tot het beroep van [appellant] tegen het besluit van 7 februari 2007.