Uitspraak
200508335/1, artikel 67 Awr Pro op de verzochte openbaarmaking van toepassing is en geheimhouding van die informatie in beginsel aan de orde is. De rechtbank is er in haar beoordeling terecht vanuit gegaan dat bij de vraag of hiervan ontheffing kon worden verleend, de staatssecretaris de maatstaven van de Wob als uitgangspunt diende te nemen.
200505364/1, heeft overwogen, niet meer vrij de gevraagde informatie te vernietigen. Indien een dergelijk verzoek wordt gedaan na het verstrijken van de bewaartermijn, ontslaat de mogelijkheid van het in zoverre reeds vernietigd zijn van de gevraagde informatie het bestuursorgaan niet van zijn uit de Wob voortvloeiende verplichting te bezien of deze informatie (nog) voorhanden is. De minister had derhalve, ook indien bij ontvangst van het verzoek op voorhand vast stond dat de bewaartermijn voor de gevraagde informatie verstreken was, moeten bezien of en in hoeverre deze informatie feitelijk voorhanden was. Dit heeft hij eerst gedurende de behandeling van het door appellante ingestelde beroep gedaan. Hierbij is hem gebleken, zoals hij ook ter zitting bij de Afdeling heeft bevestigd, dat de gevraagde informatie niet meer voorhanden was. Dit onderzoek had evenwel direct na de ontvangst van het verzoek moeten plaatsvinden. Doordat de minister dit heeft nagelaten is het primaire besluit derhalve in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht onzorgvuldig voorbereid, hetgeen in bezwaar niet is onderkend.