Uitspraak
200605118/1 en 200607988/1, heeft de Afdeling het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 2 juni 2006 in zaak no. AWB 05/8965 in het geding tussen verzoeker en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de minister) gegrond verklaard, die uitspraak vernietigd voor zover het beroep niet-ontvankelijk is verklaard in zoverre de gronden van dat beroep zijn gericht tegen de Beleidsregels opiumwetontheffingen, het inleidende beroep in zoverre ongegrond verklaard en voor het overige die uitspraak bevestigd. Voorts is in de uitspraak van 21 februari 2007 het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 september 2006 in de zaken nos. AWB 06/6019 en 06/6084 in het geding tussen verzoeker en de minister ongegrond verklaard en deze uitspraak bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.