ECLI:NL:RVS:2007:BB2543
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- S.J.E. Horstink von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens appèlverbod in vreemdelingenzaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage die haar beroep tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en later de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie ongegrond verklaarde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzocht of zij van het hoger beroep kennis kon nemen ondanks het appèlverbod zoals neergelegd in artikel 120 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, gelezen in verbinding met artikel 33e van de oude Vreemdelingenwet.
Appellante voerde aan dat de rechtbank niet voldeed aan de eisen van een goede procesorde omdat zij abusievelijk geen prejudiciële vragen stelde, terwijl zij daartoe gehouden was. De Afdeling overwoog dat kennisneming van hoger beroep in strijd met het appèlverbod slechts mogelijk is bij ernstige schending van goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces in gevaar brengen.
De door appellante aangevoerde gronden boden onvoldoende aanleiding om van deze uitzonderingsgrond gebruik te maken. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens het appèlverbod.