ECLI:NL:RVS:2007:BB2929
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- M.J.M. Mathot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening parkeerontheffing Eindhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven heeft op 17 mei 2005 een parkeerontheffing geweigerd aan verzoeker. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze weigering, dat op 23 november 2006 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, die op 19 juni 2007 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde verzoeker hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijk om een voorlopige voorziening. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 16 augustus 2007. Tijdens de zitting verklaarde het college dat de aanhangers waarvoor de ontheffing was aangevraagd nog steeds nabij de woning van verzoeker werden geparkeerd en dat het college voorlopig niet handhavend zou optreden.
De Voorzitter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening een tijdelijk karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Omdat het college niet handhavend optreedt, ontbrak het aan een spoedeisend belang voor verzoeker. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.