ECLI:NL:RVS:2007:BB3322
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Schending van het beginsel van hoor en wederhoor bij vreemdelingenbewaring
Appellant was in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 1 mei 2007. Tegen het voortduren van deze bewaring had appellant beroep ingesteld bij de rechtbank 's-Gravenhage, die dit beroep ongegrond verklaarde op 13 augustus 2007. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het feit dat de voortgangsrapportage over de uitzetting van appellant uitsluitend aan de rechtbank was gezonden en niet aan de gemachtigde van appellant. Hierdoor kon de gemachtigde niet reageren op deze rapportage, wat volgens appellant een schending van het beginsel van hoor en wederhoor betekende.
De Afdeling oordeelde dat deze schending van het beginsel van hoor en wederhoor zodanig was dat geen sprake was van een eerlijk proces. Hoewel de Vreemdelingenwet 2000 geen specifieke grondslag biedt voor hoger beroep tegen dergelijke uitspraken, nam de Afdeling het hoger beroep toch in behandeling.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor. Tevens werd vastgesteld dat appellant recht heeft op vergoeding van de kosten van het hoger beroep, waarvan de hoogte werd vastgesteld op €322,00, en dat de rechtbank hierover zal beslissen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.