ECLI:NL:RVS:2007:BB3847
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- S.F.M. Wortmann
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering bouwvergunning wegens strijd met welstandseisen
Appellant had een bouwvergunning voor een opslagruimte verkregen in 2000, waarvan de bouw gedeeltelijk was gerealiseerd. Na constatering van afwijkingen vroeg appellant in 2005 een gewijzigde vergunning aan. Het college van Boxmeer hield de beslissing aan en weigerde later de vergunning, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het college ten onrechte de bouwvergunning had geweigerd wegens strijd met de redelijke eisen van welstand, omdat het college bij de aanhouding reeds had vastgesteld dat het bouwplan niet in strijd was met deze eisen en niet mocht terugkomen op dat oordeel zonder nieuwe feiten.
Voorts verwierp de Raad van State het betoog dat de bouwvergunning van rechtswege was verleend door het niet tijdig beslissen van het college, omdat de aanhoudingsplicht niet automatisch eindigde. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.