ECLI:NL:RVS:2007:BB4287
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- J.G.C. Wiebenga
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor inrichting stallen voertuigen en lozen afvalwater niet onrechtmatig
Bij besluit van 18 december 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders aan appellant sub 3 een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het stallen van voertuigen, het lozen van afvalwater en het tanken van schoon water op een locatie te [plaats]. Deze vergunning werd op 27 december 2006 ter inzage gelegd. Appellanten sub 1, sub 2 en sub 3 stelden beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het beroep op 7 augustus 2007. Appellant sub 3 werd bijgestaan door een advocaat, terwijl verweerder vertegenwoordigd was door ambtenaren van de gemeente en de Milieudienst. De beroepen betroffen onder meer de inhoud en noodzaak van vergunningvoorschriften, geurhinder, bodemverontreiniging, brandveiligheid en ongediertebestrijding.
De Raad oordeelde dat appellant sub 3 niet-ontvankelijk was voor het beroep tegen voorschrift 1.1.1 vanwege het ontbreken van zienswijzen. De overige beroepen van appellanten sub 1 en 2 werden ongegrond verklaard. De vergunningvoorschriften werden als toereikend en redelijk beoordeeld, waarbij de bezwaren over geuronderzoek, lozingen, constructie van de loosput, geurnormen, bodemverontreiniging, brandveiligheid en ongediertebestrijding niet slaagden. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 3 is niet-ontvankelijk voor voorschrift 1.1.1 en de overige beroepen zijn ongegrond verklaard.