ECLI:NL:RVS:2007:BB4291
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming schade door kraaiachtigen aan gewas
Appellanten verzochten het Faunafonds om een tegemoetkoming voor schade aan hun gewas veroorzaakt door zwarte kraaien, kauwen en roeken. Het Faunafonds wees dit verzoek af omdat appellanten niet tijdig en voldoende hadden geprobeerd de schade te voorkomen, onder meer door te laat een ontheffing aan te vragen om de kraaiachtigen te doden.
De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond. Appellanten stelden dat zij tijdig telefonisch om ontheffing hadden gevraagd, maar dat de formele aanvraag pas later werd gedaan en geweigerd, waardoor zij niet tijdig konden ingrijpen.
De Raad van State oordeelt dat de ontheffing niet bij het Faunafonds, maar bij het college van gedeputeerde staten aangevraagd moest worden, en dat appellanten deze pas negen dagen na constatering van de schade hebben aangevraagd. Dit was te laat om de schade te voorkomen. Daarom is het standpunt van het Faunafonds dat appellanten onvoldoende hebben gedaan om de schade te beperken, redelijk. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming door het Faunafonds bevestigd.