Uitspraak
200201802/1heeft de Afdeling het TB Zandmaas/Maasroute onder meer vernietigd voor zover dat betrekking had op een peilopzet van 50 centimeter in het stuwpand Grave.
200201802/1. In het bijzonder zijn de doelstellingen van het tracébesluit gelijk aan die van het TB Zandmaas/Maasroute. Omdat nut en noodzaak van de peilopzet in rechte vast staan, behoeft thans niet te worden ingegaan op mogelijke door appellanten aangedragen alternatieven.
200201802/1heeft de Afdeling ten aanzien van schade aan infrastructurele voorzieningen door de peilopzet van 50 centimeter met betrekking tot enkele appellanten het volgende overwogen:
200201802/1, blijkt dat het TB Zandmaas/Maasroute is vernietigd voor zover dat betrekking had op de peilopzet van 0,50 meter in tracédeel 10 (Stuwpand Grave) omdat voorafgaand aan het nemen van het tracébesluit niet volledig duidelijk was in welke gevallen door de peilopzet schade zou kunnen ontstaan. In verband daarmee was voorts onduidelijk welke mitigerende maatregelen zouden moeten worden getroffen en in hoeverre de kosten daarvan door verweerder zouden worden gefinancierd. Uit de uitspraak kan niet worden afgeleid dat alle mitigerende maatregelen in het tracébesluit zelf moeten worden opgenomen. Ook kan uit die uitspraak niet worden afgeleid dat verweerder alle mitigerende maatregelen geheel zelf moet uitvoeren en geheel ongeclausuleerd zelf moet financieren. Aan de uitspraak van 9 juli 2003 is wat dit betreft voldaan indien uit het tracébesluit en de bijbehorende documenten en onderzoeken blijkt in welke gevallen eventueel schade kan optreden, welke mitigerende en compenserende maatregelen kunnen worden getroffen en dat deze maatregelen reëel en uitvoerbaar zijn, ook uit financieel oogpunt. Of dat het geval is, zal, in verband met de verschillende situaties die zich kunnen voordoen, hierna worden bezien bij de behandeling van de verschillende beroepen. Het daadwerkelijk treffen van mitigerende maatregelen en de financiering daarvan is een kwestie van uitvoering van het tracébesluit die thans niet aan de orde is.
200201802/1heeft de Afdeling ten aanzien van de beoordelingsmethode ter bepaling van vernattingsschade aan de landbouw het volgende overwogen:
200201802/1heeft de Afdeling met betrekking tot het beroep van de ZLTO het volgende overwogen:
200201802/1, is de door verweerder gevolgde beoordelingsmethode ter bepaling van de vernattingsschade aan de landbouw in zijn algemeenheid niet onjuist te achten. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, bestaat geen aanleiding daarover thans anders te oordelen. Gelet hierop heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen sprake is van "aandachtsgebieden vernattingsschade landbouw" en dat niet is gebleken van mogelijk onevenredig getroffen landbouwbedrijven. De omstandigheid dat het Overasseltse Broek thans al zeer nat is ten gevolge van de al doorgevoerde waterstandsverhoging, maakt dat niet anders, omdat de gevolgen daarvan in de berekeningsmethodiek zijn verdisconteerd. Voor zover er in het Overasseltse Broek verderstrekkende knelpunten ontstaan met betrekking tot de afwatering, is aannemelijk dat deze eenvoudig kunnen worden gemitigeerd. De Afdeling merkt daarbij op dat thans alleen aan de orde is de peilopzet in stuwpand Grave. Voor de al bestaande problemen in het Overasseltse Broek die door de peilopzet niet worden verergerd of veroorzaakt, behoeft het tracébesluit dan ook niet te voorzien in oplossingen. Overigens is niet aannemelijk dat restschade voor de landbouw niet met waterhuishoudkundige maatregelen kan worden beperkt.
200201802/1heeft de Afdeling reeds overwogen dat dit voldoende is om aan de belangen van appellanten tegemoet te komen. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, bestaat geen aanleiding daarover thans anders te oordelen.
200201802/1is voorts voldaan, nu ook rekening is gehouden met de kelders en souterrains in individuele woningen. Ter zitting is onweersproken bevestigd dat inmiddels aan alle belanghebbenden in het beïnvloedingsgebied is gevraagd aan te geven welke bebouwing half- of geheel onderkelderd is. Gelet hierop en mede gelet op het deskundigenbericht is aannemelijk dat alle mogelijke (afwijkende) bebouwing in een wijk die eventueel met grondwaterlast te maken kan krijgen in beeld is gebracht.