ECLI:NL:RVS:2007:BB4307
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit Minister over buiten behandeling stellen huursubsidieverzoek
Appellant verzocht de Minister om voortzetting van de huursubsidie voor de periode 1 juli 2005 tot 31 december 2005. De Minister stelde dit verzoek bij besluiten van 2 september en 19 december 2005 buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van benodigde inkomensgegevens. Het bezwaar van appellant werd bij besluit van 4 juli 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank Roermond vernietigde dit besluit op 31 januari 2007, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
Appellant stelde dat hij de gevraagde gegevens uiteindelijk wel had verstrekt en dat zijn te late reactie te wijten was aan vakantie en taalproblemen, waarbij hij afhankelijk was van derden voor vertaling en uitleg. De rechtbank oordeelde echter dat appellant voldoende tijd had gehad om te reageren en dat zijn omstandigheden dit niet rechtvaardigden. De Raad van State onderschreef deze overwegingen en stelde dat appellant zelf verantwoordelijk blijft voor het tijdig voldoen aan zijn verplichtingen, ook als hij hulp van derden nodig heeft.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd waarbij het buiten behandeling stellen van het huursubsidieverzoek in stand blijft.