ECLI:NL:RVS:2007:BB4311
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag toevoeging wegens ontbreken financiële gegevens
Appellante diende op 4 juli 2005 een aanvraag in voor een toevoeging bij de raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden. Deze aanvraag werd op 22 november 2005 buiten behandeling gesteld omdat appellante, ondanks gelegenheid daartoe, niet de noodzakelijke Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen (VIV) had overgelegd. De raad verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Leeuwarden bevestigde dit oordeel op 22 januari 2007.
Appellante voerde aan dat de raad jarenlang een andere gedragslijn hanteerde waarbij volstaan werd met een ABW-verklaring en dat deze gedragslijn niet abrupt zonder redelijke termijn gewijzigd had mogen worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante niet uitsluitend een bijstandsuitkering ontving, maar ook een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet, waardoor zij niet kon volstaan met alleen een ABW-verklaring. De raad had daarom terecht om een VIV gevraagd en was bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen toen deze niet werd aangevuld.
De Afdeling stelde vast dat appellante geen gebruik heeft gemaakt van de geboden mogelijkheid om de aanvraag aan te vullen en dat de raad niet gehouden was een belangenafweging te maken of met andere bescheiden kon worden volstaan. De rechtbank had dan ook terecht geoordeeld dat de buiten behandeling stelling rechtmatig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de aanvraag om toevoeging terecht buiten behandeling is gesteld wegens het ontbreken van een Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen.